Stikstofbeleid moet ruimte bieden aan boeren en de vleesketen

Duurzaam • 23 september 2026 Nieuwsbericht

Het verminderen van de stikstofuitstoot en het herstellen van de natuur zijn belangrijke opgaven. Toch maken de nieuwe voorgenomen maatregelen boeren onzekerder dan ooit in de vraag of zij dieren moeten inleveren of hun bedrijf moeten beëindigen. Deze zorgen raken niet alleen boeren, maar hebben gevolgen voor de hele keten.

Voor VleesNL is een algemene en verplichte krimp van de veestapel niet de juiste oplossing. Het beleid moet sturen op minder uitstoot, niet op minder dieren als doel op zichzelf. Boeren moeten de ruimte krijgen om zelf maatregelen te nemen die bij hun bedrijf passen. Dat kan bijvoorbeeld door aanpassingen in de stal, het voer of de bedrijfsvoering.

Nieuwe maatregelen moeten bewezen, betaalbaar en juridisch bruikbaar zijn. Boeren moeten er namelijk op kunnen vertrouwen dat investeringen worden erkend in hun vergunning. Een veehouder die aantoonbaar minder uitstoot, moet voldoende ruimte houden om zijn bedrijf voort te zetten.

De Nederlandse vleesketen bestaat uit bedrijven die sterk van elkaar afhankelijk zijn. Als het aantal dieren in Nederland sterk daalt, worden ook minder vleesproducten geproduceerd. Daardoor zal werkgelegenheid verdwijnen en kunnen de kosten per dier en kilogram vlees stijgen. Bedrijven in de gehele keten houden dan minder geld over om te investeren in verduurzaming, dierenwelzijn en betere productiemethoden.

Een sterke vleesketen heeft dus juist verdienvermogen nodig om duurzaam te blijven. Het verdwijnen van bedrijven kan bovendien blijvende gevolgen hebben. Als de huidige omvang van de capaciteit eenmaal is verdwenen, is deze niet eenvoudig terug te brengen. Productie kan dan verschuiven naar andere landen. Daar gelden mogelijk andere eisen voor dierenwelzijn, voedselveiligheid en duurzaamheid. Dat hoeft dus netto absoluut geen verbetering voor natuur, klimaat of dierenwelzijn op te leveren.

Het verdienvermogen van vleesverwerkende bedrijven komt verder onder druk te staan door de beprijzing van broeikasgasemissies om de CO2-uitstoot te verminderen en door de voorgenomen invoering van een Uitgebreide Ketenverantwoordelijkheid (UKV). Met de UKV wordt de keten medeverantwoordelijk voor de verduurzaming en voor het verdienmodel van bedrijven die biologisch produceren of daarnaar omschakelen.

Kijk naar voedselketens als geheel

VleesNL vindt dat de overheid bij nieuw stikstofbeleid naar de hele voedselketen moet kijken. Niet alleen de verwachte daling van de uitstoot moet worden onderzocht. Ook de gevolgen in eigen land voor voedselproductie, werkgelegenheid, betaalbaarheid, concurrentiekracht en het verdienvermogen van ondernemers in de hele keten moeten vooraf duidelijk zijn.

VleesNL kiest daarom voor een constructieve, maar duidelijke positie. Het stikstofprobleem moet worden opgelost. Dat is nodig voor de natuur en om de vergunningverlening weer op gang te brengen. De oplossing mag echter niet bestaan uit een vooraf gekozen krimp van de Nederlandse veehouderij. Boeren die aantoonbaar aan haalbare emissienormen voldoen, moeten hun bedrijf kunnen voortzetten. Zo kunnen natuurherstel, voedselproductie en een sterke Nederlandse vleesketen met elkaar worden verbonden.

 
« Terug naar overzicht